Positie van de Alfahulp

Rapport Kalsbeek en de positie van zelfstandige Alfahulpen

Zeker 60.000 Alfahulpen zijn in Nederland actief in de Zorg. Deze semi-zelfstandigen zijn verbonden aan thuiszorgbedrijven en verrichten huishoudelijk werk. Ze hebben geen recht op werknemersverzekeringen en zijn daardoor voordeliger inzetbaar. Het recent verschenen Rapport Kalsbeek vindt dit onjuist, omdat de uitgevoerde werkzaamheden grotendeels gefinancierd worden door de overheid (AWBZ en WMO).

Regeling ‘dienstverlening aan huis’
De constructie met een Alfahulp komt voort uit de regeling ‘dienstverlening aan huis’. Deze is uitgevonden toen er een prijzenslag woedde in de thuiszorg. Gemeenten moesten contracten afsluiten met thuiszorgbedrijven voor zorg aan hulpbehoevenden. Bij de inkoop werd vooral naar de prijs gekeken. Dus ‘verzelfstandigden’ de thuiszorgbedrijven hun medewerkers tot alfahulp, waardoor ze voor de werkgever goedkoper werden maar de medewerkers zelf  wel hun werknemersverzekeringen verloren.

Een Alfahulp is iemand die huishoudelijk werk verricht. Voorwaarde is dat de cliënt bij wie dat thuis gedaan wordt, in staat is de werkgeversrol te vervullen en theoretisch 4 weken per jaar zonder hulp kan kunnen zodat er vakantie kan genomen kan worden. Alfahulpen zijn dus niet in loondienst bij de zorginstelling, maar bij de hulpbehoevende. DE WMO-pot van de gemeente of het Persoonsgebonden budget (de PGB)van de cliënt betaalt. Voorwaarde is dat er niet meer dan drie keer per week voor dezelfde cliënt gewerkt wordt. Omdat  geen  werknemerspremies worden afgedragen in deze constructie, zijn alfahulpen niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid, worden ze ontslagen als ze langer dan 6 weken ziek zijn, krijgen ze geen vakantiegeld, bouwen ze geen pensioen op en hebben geen recht op WW.  De alfahulp betaalt  zelf een inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet over haar inkomsten. Daarnaast betaalt de alfahulp gewoon, net als iedereen, belasting. De inkomsten dienen te worden opgegeven als resultaat overige werkzaamheden.

Afschaffen  van de regel?
Er ligt een internationaal verdrag dat Nederland nog moet ratificeren, waarin staat dat huishoudelijk personeel, ook ingezet door een organisatie, dezelfde rechten dient te hebben als gewone werknemers. Daarom heeft Ella Kalsbeek met haar commissie onderzoek gedaan naar wat de consequenties van de afschaffing zouden zijn. Die doen pijn in de portemonnee van de overheid! Geschat wordt maximaal 200 miljoen.  Wel adviseert Kalsbeek dat er een alternatieve regeling in het leven geroepen kan worden. Hierbij zou de werknemer vrijgesteld worden van belastingen, premies en werknemersrechten als er per week maar maximaal 24 uur in huishouden gewerkt zou worden. Dat zou zelfstandige professionals samenwerkend in een coöperatie ook een werkelijke kans geven! Bovendien is dit een verstandige optie. Alleen afschaffing van de oude regel zorgt er direct voor dat een deel van het werk in het zwarte circuit belandt. En of dat de bedoeling is?

Een ander voorgesteld plan is de invoer van de Dienstencheque die door de lokale overheid aan de cliënten kan worden verstrekt en besteed kan worden aan de huishoudelijk hulp. Deze regeling werkt succesvol België. Wel is berekend dat deze dienstencheque een duur systeem is – mogelijk 1,2 miljard euro – en fraudegevoelig.

Corinne Visser – Evate